Smeren

Ik smeer graag en veel. Al sinds mijn vroege puberteit smeer ik elke dag een laagje dagcrème op mijn gelaat. Zowat de enige raad van mijn moeder die ik nog steeds trouw opvolg. Smeren tegen rimpels, je weet wel. Als 15 jarige had ik daar weinig boodschap aan, ik wilde gewoon een gezonde huid. Nu, nog een zucht van de 30 verwijderd, merk ik de kraaienpootjes en de kleine groeven in mijn voorhoofd op. En dus komt er nog een gouden raad bij die vooral vrouwenbladen mij in de strot rammen: “Mijd zon! Niet alleen tegen rimpels, maar ook om huidkanker te voorkomen”. En aangezien de houdbaarheidsdatum voor vrouwen op televisie rond de 40 ligt, kan ik dus maar beter door het leven gaan als een half botervlootje.

Dat smeren, dat kan ik nog net opbrengen, maar de zon vermijden is met mijn beroep nogal moeilijk. Ik heb nu eenmaal de mooiste job ter wereld ; 2 maanden op een tropisch eiland zitten. En daar schijnt de zon, en niet zo’n beetje. Bij mijn presentaties ben ik dan ook altijd gewapend met factor 50 . Mijn collega’s gniffelen bij het zien van die tube. ‘Zo word je nooit bruin’ zeggen ze dan op een toon die zelfs medelijden verraadt. ‘Maar zo krijg ik ook geen rimpels,’ lach ik dan altijd iets te enthousiast.
Helaas. Verschrompelde kakbruine dames mét huidkanker zijn sinds vandaag niet langer een ver van mijn bed show. Vandaag heb ik alle inspanningen van jarenlang smeren en de zon mijden in één klap om zeep geholpen. Zoals je na een week diëten op één uur alle mogelijke junkfood naar binnen schranst, zo heb ik vandaag rimpels en kanker een flinke boost gegeven.

Voor een presentatie zat ik twee uur in de volle zon op een stoel in de Zuid-Chinese oceaan. Klinkt geweldig. Is het ook. Alleen was ik één ding vergeten. Smeren. Toen ik op de houten stoel 2 meter boven het water plaats nam, en de zon voelde branden, wist ik dat ik er 5 jaar ouder van af zou komen. Ik vroeg nog snel om zonnebrandolie, maar helaas had niemand van de crew die bij. Hun huid was na al die weken aan de zon gewend. Mijn babyvel , dat steevast factor 50 als bescherming kreeg, niet. Het kwaad geschiedde. Ik kwam niet rood , maar purper van de stoel af.

Hier zit ik nu te glimmen onder de aftersun. Hopend op een beetje mededogen van moeder natuur. ‘Laat me morgenvroeg niet wakker worden als zo’n oude verrimpelde kakbruine del met huidkanker’ denk ik in paniek. Maar mocht dat wel het geval zijn, heb ik hierbij één verzoek. Laat me dan er eentje zijn met veel geld. Om de botox te betalen.