To kill or be killed
We leven hier samen op één eiland met zo’n 200 man, en… zo’n 2.000.000 kakkerlakken. Althans, die indruk heb ik. Want blijkbaar hebben die beestjes beslist om van mijn kamer hun hoofdkwartier te maken. En dan heb ik het niet over een sporadisch exemplaar. Nee, dan heb ik het over 4 à 5 kakkerlakken, elk zo’n massieve 7 cm, die elke avond mijn kamer binnen sluipen.
De eerste kennismaking gebeurde ’s nachts. Ik werd wakker van een vreemd geratel dat door de kamer vloog. Ik schoot uit m’n bed, op zoek naar die UFO of Unidentified Flying Object. Toen mijn ogen gewend waren aan de duisternis, zag ik bovenaan de kast een bruin, groot ding. Trots zat daar een grote kakkerlak. En toen kreeg hij mij in de gaten. Hij vloog op mij af, recht op mijn blote bil. Verschrikt mepte ik hem van me af en hij vloog tegen de grond. En meteen rook ik een weeë strontgeur. Het was de geur van de kakkerlak. De mep was dodelijk geweest, want de volgende ochtend lag de kakkerlak op zijn rug op de vloer, de pootjes ingetrokken.
Dat was het startsein aan de kakkerlakkenpopulatie om mijn kamer te gebruiken als uitvalsbasis. Rond zonsopgang komen ze binnen gevlogen en gekropen, door de kieren van de ramen, achter de kasten, onder de deur. Ze vliegen door mijn kamer, kruipen over mijn lavabo, onder mijn bed uit, en landen ongegeneerd op mijn laptop, als willen ze mee lezen wat ik schrijf. Nu ben ik geen angsthaas. Maar dat die schepsels met z’n allen elke dag opnieuw mijn privacy komen verstoren, daar word ik vervelend van. En dus werken mijn nieuwe vrienden mij stilaan op de zenuwen. Het rotte is dat je die beesten niet gewoon kan dood slaan. Want dat stinkt, en dan komen de eitjes vrij en krijg je nog meer kakkerlakken. Dus wat doe je dan? Ze weg spuiten. Hier in het dorp verkopen ze gifspuitbussen. A propos, hetzelfde gif dat mannen impotent maakt, maar dit uiteraard ter zijde.
Gisteren heb ik het goedje voor de eerste keer gebruikt. Ik zag weer zo’n gevaarte de kamer binnen sluipen, en zonder gêne gaf ik hem de volle lading. Psssht! Het beestje kroop nog even verder, draaide dan wild om zich heen en… crepeerde (echt, kon het gillen, het sneed door merg en been) om na 10 seconden op z’n rug te liggen. Een voelspriet nog natrillend. Dat, beste lezers, vond ik best erg. Ik had net een dier gedood. Ik, de dierenvriend. Een onschuldig beest dat nacht na nacht de veiligheid van mijn hut op zocht, had ik koelbloedig gedood. Even was ik van slag…
Tot ik zijn vriendje onder mijn bed vandaan zag komen. Een seconde heb ik getwijfeld. Maar al gauw stuurde ik ook nr. 2 naar de kakkerlakkenhemel. En nr. 3 en 4 en nr. 5… Vijf kakkerlakken heb ik die avond afgemaakt, zonder enig schuldgevoel. Cockroach Jane zowaar. Mijn kamer, de gaskamer voor al wat kakkerlak heet! Tja. Ik weet het nu zeker: er schuilt een moordenaar in elk van ons. Maar is dat niet waar Expeditie Robinson om draait? To kill or be killed. Survival of the fittest. En die fittest, dat wil en zal ik zijn. Hé, Robinson is nooit voor doetjes geweest.